Wij zijn ervan overtuigd dat borstvoeding de beste voeding voor jouw kind is. Borstvoeding heeft vele voordelen. We vinden het dan ook belangrijk dat je je hierover goed informeert. Ga bijvoorbeeld naar een informatieavond van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk. Of kijk op internet: www.borstvoeding.nl. Ook in de wachtkamer van onze praktijk in Oss vind je informatie over borstvoeding.
Natuurlijk maak je zelf de keuze of je borst- of kunstvoeding gaat geven aan je kindje. Als je kunstvoeding gaat geven is het belangrijk om voeding in huis te hebben tegen de tijd dat je gaat bevallen. Het merk maakt niet uit, maar het moet wel zuigelingenvoeding zijn voor kindjes van nul tot zes maanden.
Voor meer informatie over borstvoeding kun je ook kijken op 101redenen om borstvoeding te geven.
Als je na je verlof weer aan het werk gaat, is het nog steeds mogelijk om borstvoeding te geven. Hiervoor is een aantal wettelijke richtlijnen opgesteld.
Borstvoeding en de wet
Het geven van borstvoeding in werktijden is in de Nederlandse wet goed geregeld. Hieronder lees je meer over enkele wetsartikelen die daarop betrekking hebben.
Arbeidstijdenwet, artikel 4.8
- Een vrouwelijke werknemer, die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste 9 levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken ten einde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven.
- De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is, doch bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken vrouwelijke werknemer na overleg met de werkgever.
- De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, gelden voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de vrouwelijke werknemer haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.
- Elk beding waarbij ten nadele van de vrouwelijke werknemer wordt afgeweken van dit artikel is nietig.
Arbobesluit, artikel 3.48
Voor zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie is een geschikte, af te sluiten besloten ruimte beschikbaar, waarin de gelegenheid is of onmiddellijk kan worden gemaakt voor het nemen van rust. In een zodanige ruimte is een deugdelijk, al of niet opvouwbaar bed of een deugdelijke rustbank beschikbaar.
Toelichting in Arbo-informatieblad:
Zwangerschap en Arbeid
Voor het geven van borstvoeding of om te kolven mag de werkneemster de eerste negen levensmaanden van het kind de arbeid onderbreken voor maximaal een kwart van de arbeidstijd. De werkgever is verplicht deze werktijd door te betalen. Als het geven van borstvoeding of kolven meer tijd kost dan is de werkgever niet verplicht meer tijd door te betalen dan hiervoor aangegeven. Indien een werkneemster langer dan negen maanden borstvoeding wil geven waarvoor zij de arbeid moet onderbreken, moet zij dit in overleg met de werkgever regelen en er rekening mee houden dat een wettelijke basis ontbreekt.
Een van binnen uit af te sluiten besloten ruimte moet tijdens de zwangerschap en in de periode van borstvoeding beschikbaar zijn. Tijdens de zwangerschap is deze ruimte met name bedoeld om te kunnen rusten. Daarvoor moet in de ruimte een (opvouwbaar) bed of een rustbank beschikbaar zijn. De ruimte kan na de bevalling gebruikt worden bij het geven van borstvoeding of bij het kolven. De ruimte moet 'geschikt' zijn, wat kan worden opgevat als een ruimte waar geen gevaren aanwezig zijn en waar voldoende voorzieningen voor klimaatbeheersing en luchtverversing aanwezig zijn. Indien geen geschikte ruimte beschikbaar is moet de werkgever de werkneemster in de gelegenheid stellen thuis te voeden of te kolven. Hierbij geldt nog wel de bepaling over de beschikbare tijd op kosten van de werkgever.
Het is uiteindelijk de bedoeling dat de werkneemster en de werkgever concrete afspraken maken over de uiteindelijke invulling van de genoemde regelingen. Lukt het niet om tot afspraken te komen dan kan contact worden gezocht met de bedrijfsarts of ondernemingsraad voor advies en bemiddeling. Blijven er problemen, dan kan contact worden gezocht met de vakbond of met de arbeidsinspectie.