Hoe weet je dat de bevalling begonnen is? | Hoe gaat een bevalling stap voor stap? | Hoe lang duurt een bevalling? | Wat kun je doen om minder last te hebben van de weeën? | Wat kan je partner voor je doen?
Dit hoofdstuk over het verloop van de bevalling is gebaseerd op de folder "Jouw bevalling: hoe bereid je je voor?" van de KNOV. Deze krijg je rond de 20e week van je zwangerschap van ons. Je kunt deze folder ook hier downloaden in o.a. nederlands, engels, duits, pools, turks, arabisch, somalisch.
Hoe weet je dat de bevalling begonnen is?
Loos alarm: ‘harde buik'
Als je in de laatste maanden van je zwangerschap bent, heb je het misschien al eens gevoeld: je baarmoeder trekt soms even samen. Hoe verder je bent, hoe meer dat kan gebeuren. Het komt door hormonen en wordt ‘harde buik' genoemd. Het kan een vervelend gevoel zijn. Maar de meeste vrouwen voelen het niet eens. De samentrekkingen zijn geen (voor)weeën, en ze kondigen nog niet je bevalling aan.
Het echte begin
In 90% van de gevallen begint de bevalling met weeën. Soms doen die weeën meteen al pijn en volgen ze elkaar al snel op. Maar meestal zijn ze in het begin nog kort, onregelmatig en niet zo pijnlijk. Vaak kun je gewoon doorgaan met waarmee je bezig bent. Hooguit zul je af en toe even stilstaan omdat je iets voelt. Deze ‘voorweeën' maken de baarmoedermond alvast soepeler.
Pas als de weeën sterker en regelmatiger worden en meer pijn gaan doen en als je baarmoedermond open gaat (de ‘ontsluiting'), is je bevalling echt begonnen. De bevalling kan zich ook aankondigen met het breken van de vliezen. Ook dan zijn sterke weeën nodig om de baarmoedermond open te maken. Ze beginnen meestal binnen 24 uur na het breken van de vliezen.
Hoe gaat een bevalling stap voor stap?
De weeën worden sterker, komen vaker en regelmatiger en doen meer pijn. Een wee is een samentrekking van de baarmoederspier. Het voelt als een soort kramp in je onderbuik die langzaam opkomt, erger wordt en dan weer afzakt. Je kunt zo'n wee vergelijken met een golf die aanspoelt op het strand. In het begin voel je de pijngolf aan komen rollen. Net voor de golf omslaat, is de pijn het hevigst. Daarna trekt de golf terug en voel je de pijn weer minder worden. Tussen de weeën door is er rust in je buik.
Ontsluitingsweeën maken je baarmoedermond open
De ontsluitingsweeën zorgen ervoor dat je baarmoedermond ver genoeg open gaat (tot uiteindelijk 10 cm) om je kindje geboren te laten worden. Dat wordt ‘ontsluiting' genoemd. Voor de ontsluiting zijn sterke weeën nodig. Ze duren langer (1-1,5 minuut) dan voorweeën en komen regelmatig, zo om de 3 tot 5 minuten. Je voelt ze als een pijnlijke kramp door je hele bekkengebied. De één voelt ze meer in de buik, de ander in de rug. Sommige vrouwen voelen ze (ook) in hun benen. De weeën worden krachtiger en pijnlijker naarmate de ontsluiting vordert. Tijdens de laatste centimeters ontsluiting (8-10 cm) zijn ze het heftigst. Wij controleren via inwendig onderzoek hoeveel centimeter ontsluiting je hebt.
Het breken van de vliezen
Je ziet het soms op tv: een bevalling begint met het breken van de vliezen. Maar veel vaker breken de vliezen pas later. Dat is ook goed, want de vliezen en het vruchtwater beschermen het kind en helpen mee om je baarmoedermond open te maken door de druk die ze geven.
Wij zullen daarom pas je vliezen breken als de ontsluiting genoeg gevorderd is, als ze dan nog niet spontaan zijn gebroken. Of soms eerder, als de weeën afzwakken of als je ontsluiting onvoldoende doorzet. Het doet geen pijn. Je voelt alleen een beetje warm water lopen. Ook daarna maak je steeds opnieuw vruchtwater aan, zodat je kindje nooit ‘droog' ligt. Als je nog geen sterke weeën hebt mag je niet in bad, vanwege de kans op infectie. Je kindje staat nu immers in open verbinding met de buitenwereld. Je mag wel altijd douchen.
Als je vliezen breken, moet je even naar de kleur van het vruchtwater kijken. Als het groen of bruin is, moet je ons direct even bellen. Als het helder van kleur is en het is 's nachts en je hebt nog geen weeën, dan bel je ons 's ochtends om half acht.
Persweeën ‘duwen' je kindje naar buiten
Als je genoeg ontsluiting hebt om je kindje geboren te laten worden, gaan de ontsluitingsweeën over in persweeën.
Door de grote opening van je baarmoedermond is het hoofdje naar beneden gezakt. Op het hoogtepunt van de wee voel je dan een drang om te drukken. Dit is beginnende persdrang. Je kunt het niet tegenhouden. Het geeft aan dat je kindje naar buiten kan. De persweeën komen meestal om de 5 minuten. Ze zijn heel sterk. Tussendoor heb je net genoeg tijd om even bij te komen of weg te doezelen. Maak je geen zorgen als je benen gaan trillen: dat komt doordat je spieren zich ontspannen. Het hoort erbij.
Zelf meepersen
Het einde is in zicht. Goede persweeën doen al veel werk. Je kan nu actief mee gaan persen. Pers tijdens een perswee met al je kracht mee richting je vagina en anus. Alsof je moet poepen. In het begin voel je niet altijd waar je naartoe perst. Maar als het hoofdje dieper komt, wordt het duidelijker hoe je zo'n perswee kunt gebruiken om mee te persen.
Daar komt het hoofdje
Je kunt meekijken in de spiegel als je dat leuk vindt. Zorg dan dat je tijdens de bevalling een spiegel in de buurt hebt liggen.
Als het je eerste kindje is, duurt het vaak even voor je het hoofdje ziet. Het komt bij elke wee een stukje verder - maar gaat ook steeds weer ietsje terug. Het kindje is dan bezig om zijn of haar hoofdje door het geboortekanaal te draaien.
Bij een tweede kind hoef je meestal minder lang te persen, omdat het geboortekanaal al soepel is gemaakt door het eerste kind. Je ziet het hoofdje dan al eerder en het komt tijdens een wee een flink stuk verder. Een tweede of volgende kindje wordt soms zelfs in één perswee geboren.
Jullie kindje wordt geboren
Als het hoofdje geboren is, hoef je meestal niet meer hard te persen, het lijfje volgt snel. Even later ligt jullie kindje op je buik. Een geweldig moment. Geniet ervan!
Het doorknippen van de navelstreng
Meestal mag de kersverse papa de navelstreng doorknippen, maar als je wilt kun je dit ook zelf doen. Jullie kunnen aangeven wat jullie wensen zijn wat dit betreft. Jullie baby kan nu al even aan je borst worden gelegd. Dit is een natuurlijk middel om je baarmoeder te laten samentrekken en om verder bloedverlies te voorkomen.
De placenta (nageboorte) komt naar buiten
Het wordt weer rustig in je buik. Omdat je geen weeën meer voelt,
zou je bijna vergeten dat er nog een placenta komt. De baarmoeder trekt samen om de placenta los te maken en om te voorkomen dat je veel bloed verliest. Als de placenta los ligt, moet je meestal nog één keertje persen om deze geboren te laten worden. Meestal komen dan de placenta, de navelstreng en de vliezen naar buiten. Dat is een beetje een raar gevoel maar doet niet echt pijn. De baarmoeder trekt samen en voelt als een harde bal onder de navel.
Vanaf de eerste ontsluitingswee duurt het meestal 4 tot 14 uur voordat de ontsluiting volledig is en je kunt gaan persen. Bij een eerste bevalling duurt het over het algemeen langer dan bij een volgende bevalling. De baarmoedermond is dan namelijk nog stugger en gaat daardoor minder makkelijk open. De weeën maken dan de baarmoedermond eerst soepeler en dunner. Hoe snel het gaat, hangt ook af van de weeën. Als die sterker zijn en vaker komen, gaat de bevalling sneller. Het persen duurt bij een eerste kind gemiddeld ongeveer 1 uur. Bij een tweede kind gaat dit vaak een stuk sneller.
De placenta komt meestal binnen een half uur na de geboorte.
Wij komen tijdens de ontsluiting regelmatig bij jullie langs om te kijken hoe het gaat. We kijken hoe het met jou gaat, luisteren dan naar het hartje van jullie baby en doen een inwendig onderzoek om de ontsluiting te beoordelen. Verder ondersteunen we jullie natuurlijk.
Wat kun je doen om minder last te hebben van de weeën?
Probeer te ontspannen
Ontspannen is de beste manier om de pijn de baas te blijven. De voorweeën en eerste ontsluitingsweeën zijn meestal goed te verdragen. Ga dan gewoon door met waar je mee bezig was. Zoek afleiding en let nog niet te veel op de pijn. Zolang je maar niets doet waar je moe van wordt. Worden de weeën sterker, zoek dan een plek op waar je je lekker voelt en waar je je goed kunt concentreren op een wee. Maak het zo prettig mogelijk voor jezelf
en zorg ervoor dat je het lekker warm hebt (warmwaterzak, bad, douchestraal op je buik of rug). Probeer niet te verkrampen en laat alles zo losjes mogelijk hangen, dan voel je de pijn minder. En vergeet niet om te eten, want je hebt energie nodig om warm te blijven.
Experimenteer met houdingen
Veel vrouwen bevallen in Nederland liggend op de rug. Wanneer je dit als prettig ervaart, is dit een prima houding om te bevallen. Er zijn echter ook andere houdingen waarin je veilig kunt bevallen. Je kunt bijvoorbeeld zittend op een baarkruk, hurkend, staand of steunend op handen en knieën bevallen. Soms is het van tevoren moeilijk in te schatten wat voor jou een prettige houding is om te bevallen. Luister dan ook naar je lichaam en neem een houding aan die goed voelt! Hierover staat meer uitleg bij het hoofdstuk 'Verschillende houdingen proberen'
Je kunt bijvoorbeeld staand een wee opvangen, terwijl je wiegt met je heupen of leunt op een tafel of stoel. Je kunt op je handen en knieën gaan zitten of op een krukje en dan op tafel hangen. Als je liever ligt, ga dan op je zij liggen met een kussen tussen je benen en misschien ook een kussen onder je buik en in je rug. Wissel de houdingen gedurende de bevalling af. Probeer uit wat voor jou het fijnst is en beste werkt.
Denk positief
Denk steeds: deze wee is voorbij en komt nooit meer terug. Wees ervan overtuigd dat je de weeën aankunt. Wil het even niet? Maak je dan niet druk: dat is normaal. Laat je partner of de verloskundige (of wie er verder bij je is) je moed inspreken. Het goede nieuws is dat elke wee je een beetje dichter bij het einddoel brengt: de geboorte van jullie kindje. Het kindje dat je al die tijd in je gedragen hebt en dat je straks eindelijk in je armen kunt houden. Denk maar aan dat moment.
Wat kan je partner voor je doen?
Ga samen naar een zwangerschapscursus
Op een zwangerschapscursus leer je ontspanningsoefeningen en goede ademhalingstechnieken. Wij vinden de cursus Weeënbegeleiding van Sjennie van de Ven hiervoor een aanrader.
Je oefent alvast met houdingen die tijdens de bevalling van pas komen, met het ‘opvangen' van de verschillende soorten weeën en met ademhalingstechnieken. Je partner leert wat hij kan doen tijdens de bevalling. Er zijn allerlei soorten cursussen. Meer informatie hierover vinden jullie onder het hoofdstuk ‘zwangerschap'
Er voor je zijn
Je partner kan veel voor je betekenen door je goed te ondersteunen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor een vriendin, je moeder of iemand anders waarbij je je goed voelt. Belangrijk is dat het iemand is die er voor jou is en die bij je blijft. Iemand die je goed begrijpt en aan je wensen tegemoet wil komen. Maar ook iemand die je kan begeleiden en waarbij jij je zeker voelt.
Alles zo aangenaam en makkelijk mogelijk voor je maken
Je partner kan zorgen voor een prettige omgeving: lekker warm, rustig, ontspannend muziekje, iets te eten en drinken en zo nodig wat afleiding.
Het is ook fijn als hij bijvoorbeeld een warmwaterzak vult, de douche voor je aanzet, krukjes klaarzet voor als je een andere houding wilt uitproberen en zorgt dat het bad vol is en op een aangename temperatuur als je daarin wilt.
Je helpen bij het opvangen van de weeën
Je partner ziet vaak wel wanneer je het moeilijk vindt om de weeën op te vangen. Hij kan je dan helpen om een andere houding te zoeken. Je kunt bijvoorbeeld een tijdje in bed liggen en later weer onder de douche gaan zitten. Het belangrijkste is dat je partner positief blijft, je aanmoedigt en als het nodig is je hand vasthoudt. Het kan prettig zijn als hij met je mee ademt in hetzelfde ritme. En misschien kan je partner lekker masseren?
Rekening houden met jouw wensen
Jullie kunnen je wensen opschrijven in een geboorteplan. Dit kun je met ons bespreken op het spreekuur. Misschien merk je tijdens de bevalling pas dat je eigenlijk liever even niemand om je heen wilt hebben. Of dat het stil moet zijn. Dat is heel normaal. Zit er dus niet mee, maar geef het wel aan! Als het stil is om je heen, kun je je beter concentreren. En dat heb je nodig om de weeën de baas te blijven. Geef dus goed aan wat je wilt en wat je partner en wij voor je kunnen doen.