Omgaan met pijn

 Weeën geven pijn | Een paar feiten over weeën en pijn | Tips om met pijn om te gaanWat kun je in het ziekenhuis krijgen tegen pijn? | Tot slot

Dit hoofdstuk over pijn is gebaseerd op de folder "Jouw bevalling: hoe ga je om met de pijn?" van de KNOV. Deze krijg je rond de 20e week van je zwangerschap van ons.
Je kunt deze folder ook hier downloaden in o.a. nederlands, engels, duits, pools, turks, arabisch, somalisch.

Weeën geven pijn

Tijdens de bevalling krijg je weeën, deze weeën geven baringspijn. Deze pijn kan in je buik in je onderrug of in je benen gevoeld worden. Je lichaam reageert op deze pijn door zelf pijnstillers aan te maken. Deze natuurlijke pijnstillers heten endorfinen en zorgen ervoor dat je minder pijn voelt. De weeën kun je bijvoorbeeld vergelijken met een golf die aanspoelt op het strand. In het begin voel je de pijngolf komen aanrollen, net voor de golf omslaat is de pijn het hevigst. Daarna trekt de golf terug en voel je de pijn weer minder worden. Tussen de weeën door is er rust in je buik.

Wat kun je zelf doen?
Het blijkt dat als je tijdens de bevalling goede ondersteuning krijgt je minder pijn voelt, waardoor er minder behoefte is aan pijnbehandeling met medicijnen. Denk goed na wie je bij je bevalling zou willen hebben. Dit kan alleen je partner zijn, maar ook een goede vriendin, je moeder of je zus. De meest effectieve methode om baringspijn te behandelen is een continue ondersteuning tijdens de bevalling, dit leidt ook tot minder langdurige bevallingen. Het blijkt ook dat een huiselijke omgeving leidt tot meer tevredenheid over de bevalling, minder pijnstilling en vaker een spontane bevalling zonder complicaties.

Bereid je goed voor
Bereid je voor door een zwangerschapscursus te volgen en onze bevallingsinformatieavond te bezoeken. Een goede voorlichting leidt tot realistische verwachtingen ten aanzien van de duur van de bevalling, de begeleiding en de pijn tijdens de bevalling. Het zorgt dat je straks beter kunt ontspannen waardoor je weer minder last hebt van de pijn. Door onvoldoende voorbereiding kan onwetendheid over de bevalling leiden tot onzekerheid. Angst veroorzaakt spanning en meer spanning geeft meer pijn tijdens de bevalling.

Geboorteplan
Wij doen er alles aan om je goed voor te bereiden op de bevalling en om die zo prettig mogelijk te laten verlopen. Vertel ons dus vooral wat je wensen zijn en waar jij je zorgen over maakt. Dan kunnen we samen met jouw een plan opstellen waarbij we voor alle hulpverleners inzichtelijk kunnen maken wat jullie wensen zijn. Vraag hierover op het spreekuur. Hier kun je meer informatie vinden over een geboorteplan.

Terug

Een paar feiten over weeën en pijn

Je lichaam maakt pijnstillers aan
‘Baringspijn' (de pijn van weeën) is bijzonder: je hebt die pijn alleen als je bevalt. Aan de pijn merk je dat de bevalling gaat beginnen. Daardoor weet je dat je een veilige, rustige plek moet gaan zoeken. En hulp. Wist je dat je lichaam meteen reageert op de pijn door zelf pijnstillers aan te maken? Dat zijn de zogeheten endorfinen. De endorfinen zorgen ervoor dat je minder pijn voelt.

De pijn komt in golven
Baringspijn wordt veroorzaakt door weeën. Een wee is een samentrekking van de baarmoederspier. Je kunt zo'n wee vergelijken met een golf die aanspoelt op het strand. In het begin voel je de pijngolf aan komen rollen. Net voor de golf omslaat, is de pijn het hevigst. Daarna trekt de golf terug en voel je de pijn weer minder worden. Tussen de weeën door is er rust in je buik.

De pijn is niet steeds even erg
Aan het begin van je bevalling zit er meer tijd tussen de weeën. Dan doen ze ook nog niet zo veel pijn. Na een tijdje worden de pauzes tussen de weeën korter. De weeën worden dan krachtiger en doen meer pijn. Tot slot krijg je persweeën, die vooral vlak voor de geboorte erg pijn kunnen doen. Als je kindje geboren is, houden de weeën op en heb je geen pijn meer. Je hebt alleen nog een paar lichte krampen om de placenta los te maken.

Er zijn buikweeën en rugweeën
Sommige vrouwen vinden de pijn goed te verdragen, andere vrouwen vinden het niet uit te houden. We weten nog niet goed hoe het komt dat er zulke verschillen zijn. Het kan voor een deel liggen aan de plaats waar de pijn zit. De meeste vrouwen hebben tijdens de weeën vooral pijn in hun buik. Maar er zijn ook vrouwen die de pijn vooral in hun rug of hun benen voelen. Soms kan de pijn van plaats wisselen. Rugweeën doen volgens sommige vrouwen meer pijn dan buikweeën.

Terug

Tips om met pijn om te gaan

Zoek afleiding
Let nog niet te veel op de pijn in het begin. De weeën zijn dan meestal nog goed te verdragen. Ga zo lang mogelijk gewoon door met waar je mee bezig bent. Zoek afleiding. Bijvoorbeeld door te lezen, tv te kijken of te luisteren naar muziek.

Probeer houdingen uit
Als de weeën sterker worden en meer pijn gaan doen, is het vaak moeilijker om je te ontspannen. Ga dan naar een plek waar jij je prettig voelt en probeer uit in welke houding jij je het beste kunt ontspannen. Onder het hoofdstuk 'baringshoudingen' staan hier voorbeelden van.
Pas vooral op dat je niet verkrampt of je adem inhoudt als de pijn eraan komt. Dan kun je niet goed ontspannen. Laat alles zo losjes mogelijk hangen en blijf rustig ademhalen. Dan voel je de pijn minder.

Zorg ervoor dat je het lekker warm hebt
Warmte helpt om te ontspannen. Zorg er dus voor dat de temperatuur in de kamer aangenaam is. Doe warme kleren aan die gemakkelijk zitten. Als je ligt, kun je warmwaterzakken bij je buik en rug leggen. Een warm bad is ook een goed idee. Veel vrouwen vinden het lekker om onder de douche te zitten, met een warme straal water uit de douchekop op hun buik of rug gericht. Het warme water helpt je om te ontspannen, waardoor je de pijn minder erg voelt.

Tel af: elke wee is er eentje minder
Denk positief. Geloof erin dat je dit aankunt. Denk steeds: deze wee is weer voorbij en komt niet meer terug. En wees niet boos op jezelf als het even niet lukt. Er zijn van die momenten dat de pijn je overvalt en dat je het even te kwaad hebt. Laat je dan moed inspreken door wie er bij je is. Pak de draad gewoon weer op. Denk bij elke wee dat je weer dichter bij het einde bent gekomen. Tel af in plaats van op. Denk aan het moment na de bevalling, als jij je kindje vasthoudt.

Concentreer je op je ademhaling
Als je het ritme van je ademhaling volgt, ben je minder gericht op de pijn. Dat helpt je om je te ontspannen en dan kun je de weeën beter opvangen. Blijf dus rustig doorademen. Adem in, en adem dan langzaam in vier tellen uit. Dit leer je tijdens een zwangerschapscursus. 

Laat je masseren (of juist niet)
Een massage van je onderrug of benen kan prettig zijn als de weeën sterker worden. Het leidt je af van de pijn en voorkomt verstijving van de onderrug. Sommige vrouwen willen liever dat iemand met twee vuisten constant tegen hun onderrug drukt. Probeer het uit en laat weten wat je wel en niet fijn vindt. Misschien mag er wel helemaal niemand aan je komen en wil je liever met rust gelaten worden. Laat dat dan ook weten!

Wat kun je thuis nog meer doen tegen pijn?
Wat wel bijna altijd kan, is geboorte-TENS (Transcutane Elektrische
NeuroStimulatie). Dat werkt als volgt. Via een apparaatje geef je jezelf kleine stroomstootjes. Je bedient het apparaatje zelf - wat je een gevoel van controle kan geven. En je bepaalt zelf hoe sterk de stroomstootjes zijn. Via elektrodes (draadjes die op je rug geplakt zitten) gaan de stroomstootjes je lichaam binnen. Dat geeft een prikkelend of tintelend gevoel, vergelijkbaar met koude handen die gaan tintelen als ze weer warm worden. Geboorte-TENS neemt de pijn niet helemaal weg maar vermindert de pijn bij sommige vrouwen wel.
Het heeft geen schadelijke gevolgen voor jou of je kindje.
Sommige verzekeraars vergoeden het huren of aanschaffen van de geboorte-TENS geheel of gedeeltelijk.

Terug

Wat kun je in het ziekenhuis krijgen tegen pijn?


Je kunt ook medicijnen tegen de pijn krijgen. Voor pijnbestrijding met medicijnen moet je altijd naar het ziekenhuis. De reden is dat bij toediening van medicijnen voortdurend je hartslag, bloeddruk en ademhaling moeten worden gecontroleerd. Ook de conditie van je kindje moet worden bewaakt (registratie van de hartslag via een cardiotocogram of CTG). De apparatuur daarvoor is alleen in het ziekenhuis beschikbaar.
Lees hier alvast over de belangrijkste methoden en de voor- en nadelen daarvan. Dat kan je helpen om te kiezen als het nodig mocht zijn.

De 2 methodes die bij ons in de regio 24 uur per dag mogelijk zijn:

1) Ruggenprik (‘epiduraal')
Een ruggenprik is een injectie in je onderrug met een combinatie van pijnstillende medicijnen (de medicijnen verschillen per ziekenhuis).
Bij deze pijnbehandeling heb je geen pijn meer in je onderlichaam. De anesthesioloog brengt onder plaatselijke verdoving onder in je rug een naald aan. Daarbij moet je je rug bol maken en stil blijven liggen of zitten (ook tijdens de weeën). Via de naald wordt een dun, soepel slangetje in je rug gebracht. De naald gaat er weer uit, het slangetje blijft zitten. Door dit slangetje krijg je tijdens de hele bevalling pijnstillende medicijnen toegediend. Binnen 15 minuten voel je geen pijn meer.


De voordelen van een ruggenprik:

  • De meeste vrouwen (95%) voelen helemaal geen pijn meer tijdens de weeën.
  • Voor zover bekend heeft een ruggenprik geen nadelige gevolgen voor het kind of het geven van borstvoeding.
  • Je wordt niet slaperig of suf van een ruggenprik en maakt de bevalling dus helemaal mee.

De nadelen van een ruggenprik:

  • Heel soms werkt een ruggenprik maar aan één kant. En bij ongeveer 5% van de vrouwen wordt de pijn niet of nauwelijks minder. Dat kan komen door de plaats waar de naald is ingebracht en de dosering van de medicijnen. De ruggenprik wordt dan soms opnieuw uitgevoerd.
  • De bevalling, vooral het persen, duurt langer. Daardoor heb je meer kans op een bevalling met zuignap of vacuümpomp (een ‘vaginale kunstverlossing').
  • De weeën moeten vaker met medicijnen worden ondersteund.
  • Je mag je bed niet uit, omdat je minder gevoel in je benen
    hebt. Dat komt langzaam weer terug nadat de toediening van medicijnen is stopgezet. Bij een lage dosering heb je meer gevoel in je benen en kun je soms staan, lopen en meepersen.
  • Er wordt een infuus ingebracht, om te voorkomen dat je een te lage bloeddruk krijgt.
  • Meestal krijg je een blaaskatheter, omdat je door de verdoving niet goed voelt dat je moet plassen. Na de bevalling wordt de katheter weer verwijderd, tegelijk met het slangetje in je rug.
  • Je lichaamstemperatuur kan stijgen door een ruggenprik. Het is dan lastig om te bepalen of dat door de ruggenprik komt of dat het om koorts gaat door een infectie. Soms krijg je dan voor de zekerheid antibiotica. Er is een kans dat je kindje na onderzoek door de kinderarts wordt opgenomen op de kinderafdeling en ook wordt behandeld met antibiotica.
  • Soms kun je niet meteen en op elk moment een ruggenprik krijgen als de anaesthesist bezig is met een operatie.
  • Je kunt jeuk krijgen. Deze kan goed behandeld worden door de samenstelling van de medicijnen aan te passen.

2) Injecties met pethidine
Pethidine wordt toegediend via een injectie in je bil of bovenbeen. Pethidine lijkt op morfine. Het werkt binnen een half uur. Anders dan een ruggenprik neemt pethidine de pijn niet helemaal weg. Het verdooft volgens veel vrouwen wel de ergste pijn. Pethidine werkt 2 tot 4 uur. Vanwege de bijwerkingen voor je kind wordt pethidine niet meer gegeven aan het eind van de ontsluiting.

Voordelen van pethidine:

  • Pethidine kan op elk tijdstip worden gegeven door de verloskundige van het ziekenhuis, je bent dus niet afhankelijk van wanneer de anaesthesist tijd heeft.
  • Ongeveer 50% van de vrouwen is tevreden over het pijnstillende effect.
  • Je kunt slaperig worden van pethidine, of zelfs in slaap vallen. Dat kan prettig zijn als je moe bent van de weeën: dan kun je even uitrusten.
  • Pethidine kan soms verlichting geven als je moet wachten op een ruggenprik.


Nadelen van pethidine:

  • Pethidine werkt niet zo snel. Pas binnen een half uur wordt de ergste pijn minder.
  • Ongeveer 25-50% van de vrouwen vindt dat de pijn vermindert.
  • Je kunt misselijk, suf en slaperig worden. Het kan zijn dat je de geboorte daardoor minder bewust meemaakt.
  • Je mag niet rondlopen, omdat je sneller valt als je slaperig bent.
  • Ook je kindje kan suf worden van pethidine. Daardoor kan het meer moeite hebben met ademhalen na de geboorte, vooral als de pethidine nog vrij kort voor de geboorte is gegeven. Soms hebben baby's een injectie nodig om weer goed te kunnen ademhalen.

Terug

Tot slot

Tijdens de zwangerschapscontroles zullen wij met je praten over de bevalling, zodat je je kunt voorbereiden. Stel ons dan ook gerust al je vragen en bespreek je angsten en onzekerheden.
Tijdens de bevalling komen we regelmatig bij je langs om te controleren hoe het gaat. We zullen je dan vertellen hoe ver je bent en of het goed vordert. Daarbij komt de eventuele wens tot pijnstilling ook ter sprake. Wij zullen de verschillende mogelijkheden met je bespreken. Mocht je dit willen, dan gaan wij dit uiteraard voor je regelen. Wij gaan met je mee naar het ziekenhuis waar we de zorg zullen overdragen aan de verloskundige / gynaecoloog van het ziekenhuis.

Terug